Fiscale eenheid Vpb

De Vpb kent twee tarieven. Het lage tarief is van toepassing over de eerste tariefschijf. Het hoge tarief is verschuldigd over de winst boven de eerste tariefschijf. Het hoge tarief bedraagt in 2021 25% en 25,8% in 2022. Het lage tarief bedraagt in beide jaren 15%. De eerste tariefschijf loopt in 2021 tot € 245.000 en in 2022 tot € 395.000.

Onder voorwaarden kan een groep van vennootschappen voor de Vpb een fiscale eenheid vormen. Voordelen daarvan zijn dat onderlinge transacties onbelast kunnen plaatsvinden en dat slechts één aangifte Vpb hoeft te worden gedaan. Nadelen zijn de hoofdelijke aansprakelijkheid van alle delen van de fiscale eenheid voor Vpb-schulden en het slechts eenmaal kunnen benutten van het tariefstapje. Gezien de verschillen tussen het hoge en het lage tarief kan het aantrekkelijk zijn om een bestaande fiscale eenheid te verbreken. Het verbreken van een fiscale eenheid kan leiden tot sanctieheffingen als gevolg van onderlinge transacties. Ook kan de verbreking gevolgen hebben voor de verliesverrekening. 

Wilt u per 1 januari 2022 één of meer vennootschappen uit een bestaande fiscale eenheid halen? Zorg er dan voor dat het verzoek tot ontvoeging uiterlijk op 31 december 2021 is ingediend. Verbreking van de fiscale eenheid per begin van het jaar kan ook wenselijk zijn als het de bedoeling is om een vennootschap in de loop van 2022 te verkopen.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Belastingheffing in box 3

Schulden komen in mindering op het vermogen in box 3. Dat geldt echter niet voor belastingschulden. Alleen erfbelastingschulden kunnen als schuld in box 3 worden opgevoerd. U kunt de belastingheffing in box 3 beperken door uw belastingschulden voor de jaarwisseling te betalen. Als u verwacht dat u belasting moet (bij)betalen, is het raadzaam om de Belastingdienst te vragen om een voorlopige aanslag of om een aangifte in te dienen en de aanslag voor de peildatum te betalen. Heeft u het verzoek uiterlijk acht weken voor het einde van het jaar gedaan, maar heeft de Belastingdienst nog niet of te laat gereageerd op het verzoek, dan mag u het nog niet betaalde bedrag wel als schuld in box 3 aanmerken.

Maak gebruik van de vrijstellingen

Er bestaan diverse vrijstellingen in box 3, bijvoorbeeld voor voorwerpen van kunst en wetenschap en voor groene beleggingen. Het kan aantrekkelijk zijn om belast vermogen (tijdelijk) om te zetten in vrijgesteld vermogen. Belegt u groen, dan bespaart u niet alleen belasting in box 3, maar profiteert u ook van een extra heffingskorting in box 1 van 0,7% van de waarde van de vrijgestelde beleggingen. Voor groene beleggingen geldt in 2021 een vrijstelling van maximaal € 60.429 per persoon (€ 120.858 voor fiscale partners).

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Aftrekbeperking IB ondernemers

Het tarief, waartegen de aftrek van ondernemersfaciliteiten in de hoogste inkomensschijf (belastbaar inkomen in 2021 meer dan € 68.507) wordt verrekend in de inkomstenbelasting, bedraagt in 2021 43%. In 2022 gaat dit tarief naar 40%. Het voordeel van deze faciliteiten loopt daardoor terug.

Het gaat om de volgende faciliteiten:

  • De zelfstandigenaftrek.
  • De aftrek speur- en ontwikkelingswerk.
  • De meewerkaftrek.
  • De startersaftrek arbeidsongeschikten.
  • De stakingsaftrek.
  • De mkb-winstvrijstelling.
Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Vermogen overhevelen naar uw (klein)kinderen?

Bij uw overlijden gaat uw vermogen naar uw erfgenamen. De erfgenamen moeten over hun aandeel in de nalatenschap erfbelasting betalen. Heeft u geen testament, dan geldt het wettelijk erfrecht. Dat komt erop neer dat uw echtgenoot en de kinderen voor gelijke delen erven, waarbij het vruchtgebruik van de kindsdelen naar uw echtgenoot gaat. De kinderen krijgen een vordering op uw echtgenoot. Voor de echtgenoot geldt een hoge vrijstelling. De vrijstelling voor de kinderen is beperkt. De wettelijke regeling kan goed uitpakken, maar een goed testament kan helpen om bij overlijden belasting te besparen. Soms wordt gekozen voor het verschuiven van erfbelasting in plaats van besparen van erfbelasting. Een mogelijke reden hiervoor is dat het geld vastzit, bijvoorbeeld in een huis of in beleggingen. Het kan fiscaal gunstig zijn om ook de kleinkinderen te laten erven, bijvoorbeeld door voor hun legaten op te nemen in het testament. Een kleinkind kan van zijn grootouders een bedrag van € 21.282 belastingvrij erven.

Laat controleren of uw testament actueel is en nog past bij uw huidige situatie. Heeft u geen testament, overweeg dan om er een op te laten stellen.

Gebruik de schenkingsvrijstellingen

Door tijdens uw leven (een deel van) uw vermogen over te dragen aan uw kinderen kan de heffing van erfbelasting worden beperkt. Naast een jaarlijkse vrijstelling voor een schenking van ouders aan een kind van € 6.604 bestaat er voor kinderen tussen 18 en 40 jaar een verhoogde vrijstelling van € 26.881. Schenkingen aan kleinkinderen zijn vrijgesteld tot € 3.244.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Benut de mogelijkheden van de werkkostenregeling

Uitgangspunt van de werkkostenregeling is dat alle vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers loon vormen, ook als het gaat om kosten die 100% zakelijk zijn. Er is een vrije ruimte waarbinnen vergoedingen en verstrekkingen belastingvrij gegeven kunnen worden. De vrije ruimte bedraagt 1,7% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom en 1,18% over het meerdere.

Let op: In verband met de coronacrisis bedraagt de vrije ruimte in 2021 over de eerste € 400.000 van de loonsom 3% in plaats van de reguliere 1,7%. Maak van deze extra ruimte gebruik!

Is het totale bedrag aan vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemer hoger dan de vrije ruimte, dan moet u over het meerdere een zogenaamde eindheffing van 80% betalen.

Bonussen en andere eindejaarsuitkeringen zijn doorgaans bruto. Wellicht kunt u deze uitkeringen geheel of gedeeltelijk belastingvrij doen, bijvoorbeeld in de vorm van een vergoeding voor reiskosten. Mogelijk hebt u nog een deel van de vrije ruimte over om bonussen belastingvrij uit te betalen.

Voor bepaalde vergoedingen en verstrekkingen gelden aparte vrijstellingen, die niet ten laste komen van de vrije ruimte. Wanneer de vergoeding hoger is dan de daarvoor geldende norm, dan is het deel boven de norm belastbaar loon van de werknemer. Er zijn ook verstrekkingen die op nihil worden gewaardeerd. Daarvoor hoeft dus geen bedrag bij het loon geteld te worden.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Studiekosten

Studiekosten en andere scholingsuitgaven zijn aftrekbaar in de IB. Deze aftrekpost vervalt per 1 januari 2022. In plaats daarvan komt de subsidieregeling Stimulering Arbeidsmarktpositie (STAP). Deze regeling geldt voor werkenden en werkzoekenden. Vanaf 1 maart 2022 kunt u een STAP-budget aanvragen bij het UWV.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Verliesverrekening Vpb

Het Belastingplan 2021 omvat onder andere een aanpassing van de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting (Vpb). Verliezen kunnen worden verrekend met de belastbare winst van het voorgaande jaar, de zogenaamde achterwaartse verliesverrekening, en met belastbare winsten van volgende jaren: de voorwaartse verliesverrekening. De aanpassing houdt in dat de voorwaartse verliesverrekening in de tijd onbeperkt is. Verliezen tot € 1 miljoen zijn volledig verrekenbaar. Voor zover de verrekenbare verliezen meer bedragen dan € 1 miljoen worden deze verrekend tot een bedrag van 50% van de belastbare winst nadat die winst is verminderd met een bedrag van € 1 miljoen. De achterwaartse verliesverrekening is beperkt tot het voorgaande jaar. Ook voor de achterwaartse verliesverrekening geldt de beperking voor verliezen boven een bedrag van € 1 miljoen. De aanpassing van de verliesverrekening gaat in per 1 januari 2022. De wijzigingen gelden voor verliezen uit boekjaren, die zijn aangevangen op of na 1 januari 2013, voor zover deze verliezen worden verrekend met belastbare winsten van boekjaren, die aanvangen op of na 1 januari 2022.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Vraag middeling aan bij wisselende inkomens

Mensen met een sterk wisselend inkomen in box 1 kunnen met een beroep op de middelingsregeling een vermindering van belasting verkrijgen. De inkomens over drie opeenvolgende jaren worden gemiddeld waarna de belasting per jaar over het gemiddelde inkomen wordt berekend. Het verschil tussen de eerder berekende belasting en de herrekende belasting, verminderd met een drempelbedrag van € 545, wordt op verzoek teruggegeven. Een verzoek om middeling moet worden ingediend binnen 36 maanden nadat de laatste aanslag over de drie kalenderjaren van het gekozen middelingstijdvak definitief vaststaat.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Gerichte vrijstelling thuiswerkkosten

Nieuw voor 2022 is een gerichte vrijstelling voor de vergoeding van kosten van thuiswerken. Het gaat om € 2 per thuisgewerkte dag of gedeelte daarvan. Voor een werkdag kan niet zowel de vrijstelling voor een thuiswerkvergoeding als de vrijstelling voor een vergoeding voor kosten van woon-werkverkeer worden toegepast. Wel kan op een thuiswerkdag een vergoeding voor een dienstreis worden toegekend. Op basis van de verhouding thuiswerkdagen en werkdagen op de vaste werkplek kan een combinatie van thuiswerk- en reiskostenvergoeding worden gegeven.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Aftrekposten hoogste tariefschijf

Aftrek van betaalde hypotheekrente en persoonsgebonden aftrek in de hoogste tariefschijf gaat in 2021 tegen 43% in plaats van tegen het tabeltarief van 49,5%. In 2022 daalt het aftrektarief naar 40%. De hoogste tariefschijf begint in 2021 bij een inkomen van € 68.507 en in 2022 bij € 69.398.

Persoonsgebonden aftrek

Onder de persoonsgebonden aftrek vallen de volgende aftrekposten:

  • uitgaven voor onderhoudsverplichtingen;
  • uitgaven voor specifieke zorgkosten;
  • weekenduitgaven voor gehandicapten;
  • scholingsuitgaven; en
  • aftrekbare giften.

Het zo mogelijk naar voren halen van uitgaven die kwalificeren als persoonsgebonden aftrek of het in 2021 vooruit betalen van hypotheekrente over de eerste helft van 2022 kan voordelig zijn.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021